Naar de inhoud

De woordjes kaj, , sed, plus, minus en nek zijn voegwoorden. Over nek kan je lezen in de uitleg over negaties.

Kaj

Kaj verbindt twee zaken, die dezelfde rol spelen in de zin:

  • Karlo kaj Petro manĝas. - Karel en Piet eten.

    Twee personen voeren dezelfde handeling uit. Er zijn twee onderwerpen.

  • Karlo manĝas kaj trinkas. - Karel eet en drinkt.

    Karel voert twee handelingen uit (terzelfdertijd of na elkaar). Er zijn twee predicaten.

  • Karlo manĝas rizon kaj legomojn. - Karel eet rijst en groenten.

    Twee zaken zijn het voorwerp van dezelfde handeling op dezelfde manier. Het zijn twee gelijksoortige objecten.

  • Petro manĝas per forko kaj tranĉilo. - Piet eet met vork en mes.

    Twee gebruiksvoorwerpen helpen bij dezelfde handeling. Indien gewenst, kan men het voorzetsel herhalen: per forko kaj per tranĉilo.

  • Petro estas maljuna kaj saĝa. - Piet is oud en wijs.
  • Petro havas grandan kaj luksan domon. - Piet heeft een groot en luxueus huis.

    Wanneer twee bijvoeglijke naamwoorden epiteton zijn van eenzelfde zelfstandig naamwoord, laat men kaj dikwijls weg:Piet heeft een groot luxueus huis..

  • Karlo laboras por kaj per Esperanto. = ... por Esperanto kaj per Esperanto. - Karel werkt voor en door middel van Esperanto. = ...voor Esperanto of door middel van Esperanto.
  • Petro legis la gazeton, kaj Karlo rigardis televidon. - Piet leest de krant, en Karel kijkt televisie.

    Twee verbonden hoofdzinnen.

  • Ili diris, ke ili tre amuziĝis, kaj ke ili volonte revenos venontjare. - Hij zei, dat zij zich heel erg hadden vermaakt, en dat zij volgend jaar graag zouden terugkeren.

    Twee verbonden ke-zinnen.

  • Jen venas tiu knabino, kiu savis mian vivon, kaj kiu poste malaperis. - Daar komt het meisje, dat mijn leven redde, en dat daarna verdween.

    Twee verbonden kiu-zinnen.

Als er meer dan twee zaken zijn met dezelfde functie, zet men kaj gewoonlijk voor het laatste, vooral als er een lange opsomming van zinnen is. Daar waar kaj ontbreekt, kan men in spreektaal kort pauzeren. In schrijftaal zet men daar een komma:

  • Petro, Karlo, Elizabeto kaj Eva vojaĝis kune al la kongreso. = Petro kaj Karlo kaj Elizabeto kaj Eva vojaĝis... - Piet, Karel, Elizabeth en Eva reisden samen naar het congres.= Piet en Karel en Elisabeth en Eva reisden...
  • Hodiaŭ ni manĝos supon, salaton, viandaĵon, frititajn terpomojn kaj glaciaĵon. - Vandaag eten wij soep, salade, iets van vlees, frieten en een ijsje.
  • Li iras per aŭto, ŝi iras per trajno, kaj mi iras piede. - Hij gaat met de auto, zij gaat per trein, en ik ga te voet.

In spreekstijl laat men kaj soms in het geheel weg:

  • Li estas stulta, malaminda. Mi tute ne ŝatas lin. - Hij is stom, hatelijk. Ik heb het er helemaal niet voor.
  • Venis Karlo, Petro, Eva. Jes, ĉiuj miaj amikoj venis. - Karel, Piet en Eva zijn gekomen. Ja, al mijn vrienden, zijn gekomen.

Om te onderstrepen of aan te dringen kan men kaj gebruiken voorafgaand aan die zaken, ook voorafgaand aan de eerste .

Verschillende soorten relaties tussen verbonden zinnen

Als zinnen worden verbonden met kaj, kan dat verband veel verschillende betekenisrelaties weergeven. Welk soort relatie het is, moet men halen uit de context:

  • Mi lavis la vestaĵojn, kaj (poste) mi sekigis ilin. - Ik waste de kleren, en (daarna) droogde ik ze.

    Kaj toont een opeenvolging in de tijd. Het woord poste kan de zin indien nodig helpen duidelijker maken.

  • Anno estas gaja persono, kaj (kontraste) Elizabeto estas silentema. - Anne is een vrolijk mens, en Elisabeth (daarentegen) is zwijgzaam.

    Kaj geeft een contrast aan.

  • Ŝi havas brunajn okulojn, kaj (aldone) ŝiaj haroj estas longaj. - Zij heeft bruine ogen, en (bovendien) lang haar.

    Kaj wijst op aanvullende informatie.

functioneert zoals kaj. Het kan dezelfde zaken op dezelfde manier verbinden, maar geeft aan, dat de verbonden zaken alternatieven zijn. geeft aan, dat men een keuze kan maken uit de verbonden zaken, of dat het onzeker is, welke keuze van kracht is:

  • Petro Karlo laboras. - Piet of Karel werkt.

    Twee mogelijke onderwerpen. Eén van jullie werkt, eventueel beide.

  • Ni povas manĝi viandaĵon fiŝaĵon. Kion vi preferas? - Wij kunnen vlees of vis eten. Wat verkies je?

    Keuze tussen twee directe objecten.

  • Vi devas fari tion per fosilo (per) hakilo. - Je moet het doen met een spade of met een hak.
  • Ĝi estis ruĝa flava. Mi ne memoras klare. - Het is rood of geel. Ik herinner het mij niet scherp.
  • Mi konstruus lignan ŝtonan domon. - Ik zou een houten of stenen huis bouwen.
  • Ĉu eblas konstrui aŭton kun kvin ses radoj? - Is het mogelijk om een auto te bouwen met vijf of zes wielen?
  • La kato troviĝas sur sub la domo. - De kat bevindt zich op of onder het huis.
  • Ĉu mi kapablas plenumi tiajn laborojn ĉu mi ne kapablas? - Ben ik in staat om die taak te volbrengen of niet?
  • Ŝi ne sciis, ĉu ŝi nur sonĝis ĉu tio estis efektivaĵo. - Zij wist niet, of ze alleen maar droomde dan wel het de realiteit was.
  • La pasantoj forflankiĝis antaŭ ŝi, supozante, ke ŝi estas frenezulino ke ŝi havas ian urĝegan bezonon rapidi. - De voorbijgangers gingen opzij voor haar, in de veronderstelling, dat zij een gekkin was of dat ze zich heel hard moest haasten voor iets.
  • Glaso de vino estas glaso, en kiu antaŭe sin trovis vino, kiun oni uzas por vino. - Een wijnglas is een glas, waarin zich voorheen wijn bevond, of dat men voor wijn gebruikt.
  • Vi povas vojaĝi per trajno, buso, aŭto biciklo. - Je kan met de trein, met de bus, met de auto of met de fiets reizen.
  • Kiu povas helpi min? Eble Karlo, Petro Elizabeto. - Wij kan mij helpen? Karel, Piet of Elisabeth misschien.

Normaal is [of] exclusief. Dit betekent,dat maar één van de alternatieven geldig kan zijn. Soms echter is inclusief. In dat geval mag men meer dan één van de alternatieven (eventueel zelfs allemaal) kiezen. Het is de kontekst die bepaalt of inclusief of exclusief is. Om te benadrukken, dat exclusief is, kan men voor elk alternatief. Om aan te geven dat inclusief is, gebruikt men soms, vooral in schrijftaal, de uitdrukking kaj/aŭ: La vojaĝo okazos per trajno kaj/aŭ buso. = La vojaĝo okazos per trajno buso, aŭ per trajno kaj buso. La vojaĝo okazos per trajno aŭ buso aŭ ambaŭ. Normaliter gebruikt men kaj/aŭ niet in spreektaal, enkel in schrijftaal. Het is aan te raden kaj/aŭ te ook in schrijftaal te vermijden. Beter is direct te wijzen om de mogelijkheid om alle alternatieven te kiezen.

Sed

Het voegwoord sed verbindt zinnen of zinsdelen, en wijst erop, dat zij op één of andere manier tegengesteld zijn aan elkaar:

  • La papero estas tre blanka, sed la neĝo estas pli blanka. - Het papier is heel wit, maar de sneeuw is nog witter.
  • Li amas min, sed mi lin ne amas. - Hij houdt van mij, maar ik hou niet van hem.
  • Mi zorgas pri ŝi tiel, kiel mi zorgas pri mi mem; sed ŝi mem tute ne zorgas pri si kaj tute sin ne gardas. - Ik zorg voor haar zoals ik voor mezelf zou zorgen; maar zijzelf zorgt in het geheel niet voor zichzelf en houdt zichzelf niet in het oog.
  • Nia provincestro estas severa, sed justa. - Het hoofd van onze provincie was streng maar rechtvaardig.
  • Mi volis lin bati, sed li forkuris de mi. - Ik wilde hem slaan, maar hij liep van me weg.
  • Mi kriis tiel laŭte, kiel mi povis, sed neniu min aŭdis, mi estis tro malproksime. - Ik schreeuwde zo luid als ik kon, maar niemand hoorde mij, ik was te ver.
  • La patro ne legas libron, sed li skribas leteron. - Vader leest geen boek, maar schrijft een brief.
  • Tio ĉi estis jam ne simpla pluvo, sed pluvego. - Dit is geen regen meer, maar een wolkbreuk.
  • Anstataŭ kafo li donis al mi teon kun sukero, sed sen kremo. - In plaats van koffie gaf hij mij thee met suiker, maar zonder room.

    Men ging ervan uit, dat er ook room in de thee zou zijn.

Sed komt dikwijls voor samen met tamen, dat in dat geval het contrast benadrukt:

  • Mi ne scias la lingvon hispanan, sed per helpo de vortaro hispana-germana mi tamen komprenis iom vian leteron. - Ik ken geen Spaans, maar met behulp van een woordenboek Spaans-Duits, begreep ik toch iets van je brief.
  • Ŝi havis forton kaj ŝi estis laborema, sed ŝi tamen restis malriĉa. - Zij was sterk en ze werkte hard, maar zij bleef toch arm.

Als men tamen gebruikt, zou men dikwijls evengoed kaj kunnen gebruiken in plaats van sed, want tamen drukt het contrast vrij goed uit:

  • Li havis la impreson, ke li sonĝas kaj tamen ne sonĝas. - Hij had de indruk, dat hij droomde en toch droomde hij niet.
  • La lekanto sentis sin tiel feliĉa, kvazaŭ tiam estus grava festotago, kaj tamen tiam estis nur simpla lundo. - Het madeliefje voelde zich toen gelukkig alsof het een belangrijke feestdag was, en toch was het maar een doodgewone maandag.

Tamen hoort normaliter bij een bepaling, terwijl sed een voegwoord is. Daarom verschijnt sed alleen maar aan het begin van zijn zin, terwijl tamen op verschillende plaatsen in de zin kan voorkomen. Soms verschijnt tamen aan het begin van de hoofdzin, die nauw verbonden is met de vorige hoofdzin. In dat geval krijgt tamen een voegwoord-functie. Tamen betekent dan nagenoeg hetzelfde als sed. Men zou ook kunnen zeggen, dat sed of kaj worden verondersteld: Hij is heel opvliegend en windt zich op bij de kleinste bagatel; tamen is hij heel vergevendsgezind, hij blijft niet lang kwaad en is niet wraakzuchtig.

Plus en minus

De woordjes plus kaj minus worden vooral gebruikt in wiskundige en dergelijke uitdrukkingen om de symbolen + (plus) kaj - (minus) voor te stellen. Plus geeft een optelling aan, wijst op positiviteit e.d. Minus wijst op een aftrekking, negativiteit e.d.

Maar soms wordt plus als voegwoord gebruikt in plaats van kaj, met name wanneer het een optelling of iets dergelijks betreft. Analoog kan minus, sed ne vervangen, als het een aftrekking of iets dergelijks betreft:

  • Ĝi kostas dek eŭrojn plus kvindek cendojn. = ...kaj aldone kvindek cendojn. - Het kostte tien € plus 15 cent. = ...en vijftien cent er bovenop.
  • Necesas sperto plus zorgemo. = ...kaj ankaŭ zorgemo. - Ervaring en zorgvuldigheid zijn vereist.= ...en ook zorgvuldigheid.
  • Mi pagos al vi 1000 eŭrojn minus la 100 eŭrojn, kiujn vi ŝuldas al mi. Mi do pagos sume 900 eŭrojn. - Ik zal je 1000 € betalen min de 100 €, die je mij schuldig bent. Ik zal dus in totaal 900 € betalen.

Soms worden plus en minus gebruikt als voorzetsels, net zoals kun en sen, dus altijd zonder erop volgende N-uitgang. Het is nochtans verkieslijk om altijd plus en minus te gebruiken als voegwoorden volgens de voorbeelden hierboven, met een N-uitgang als de functie in de zin het vereist.

Voegwoorden tussen afgekapte woorden

Soms, vooral in schrijftaal, gebruikt men kaj om twee of meer elementen van een samengesteld woord te verbinden om een zin in te korten:

  • Ili en- kaj el-iris tre rapide. = Ili eniris kaj eliris tre rapide. - Zij gingen heel snel binnen en buiten.
  • Tio estas kombinita manĝaĵ- kaj gazet-vendejo. = ...manĝaĵvendejo kaj gazetvendejo. - Dat is een gecombineerde voedings- en krantenwinkel.
  • Li faris multajn erarojn: skrib-, leg- kaj pens-erarojn. = ...skriberarojn, legerarojn kaj penserarojn. - Hij beging veel fouten: schrijf-, lees- en denkfouten.
  • Tute mankas sub-tasoj kaj -teleroj. = ...subtasoj kaj subteleroj. - Schoteltjes en borden ontbraken volledig.
  • Tio estas manĝaĵ- gazet-vendejo. - Dat is een voedings- of krantenwinkel.
  • Tio estas manĝaĵ- sed ankaŭ gazet-vendejo. - Dat is een voedingswinkel maar ook een krantenwinkel.

Dergelijke zinnen zijn nogal onnatuurlijk. In het algemeen zijn ze niet aan te raden, vooral als zij afgekapte woorden bevatten zonder uitgang, wat normaal gezien niet mogelijk is in het Esperanto. Bij voorkeur gebruikt men andere manieren om zinnen in te korten.

  • Ili iris en la domon kaj el ĝi tre rapide. - Hij ging het huis binnen en ging het heel snel uit.
  • Tio estas kombinita manĝaĵa kaj gazeta vendejo. - Dat is een gecombineerde voedings- en krantenwinkel.
  • Li faris multajn erarojn skribajn, legajn kaj pensajn. - Hij maakt veel fouten: schrijf-, lees- en denkfouten.
  • Tio estas manĝaĵa gazeta vendejo. - Dat is een voedings- of krantenwinkel.
  • Tio estas manĝaĵa sed ankaŭ gazeta vendejo. - Dat is een voedingswinkel maar ook een krantenwinkel.
Terug naar boven