Naar de inhoud

Het voorzetsel de heeft heel veel betekenissen. Dit kan soms verwarring scheppen. Eventueel kan men een verduidelijkende uitdrukking toevoegen, of een ander voorzetsel kiezen.

Weg-beweging

De basisbetekenis van het voorzetsel de is een verwijzing naar een plaats, waar een beweging begint:

  • Mi venas de la avo, kaj mi iras nun al la onklo. - Ik kwam van opa, en ga nu naar oom.
  • La vento forblovis de mia kapo la ĉapon. - De wind blies mijn pet van mijn hoofd.
  • Ilia vojaĝo de Delhio al Kalkato estis tre longedaŭra. - Hun reis van Delhi naar Calcutta duurde heel lang.
  • Rekta linio estas la plej mallonga vojo de unu punkto al alia. - De rechte lijn is de kortste weg van één punt naar een ander.
  • For de tie ĉi! - Weg (van hier)!

Vor de duidelijkheid kan men naar behoefte for de of disde gebruiken: La polico prenis la ŝtelitan monon for de la rabisto / disde la rabisto. Moest men zeggen: ...la ŝtelitan monon de la rabisto, zou men kunnen denken, dat het gaat over apartena de: "...la ŝtelitan monon, kiu apartenis al la rabisto."

Oorsprong, oorzaak

De kan ook een oorsprong of een oorzaak uitdrukken:

  • De la patro mi ricevis libron, kaj de la frato mi ricevis plumon. - Van vader kreeg ik een boek, en van broer kreeg ik een pen.
  • La hebreoj estas Izraelidoj, ĉar ili devenas de Izraelo. - De Hebreeuwen zijn Israëlieten, want zij stammen af van Israël.
  • Francisko de Asizo = die Franciscus, die afkomstig is van de stad Assisi. = Francisko el Asizo - Franciscus van Assisi
  • Li paliĝis de timo kaj poste li ruĝiĝis de honto. = ...pro timo... pro honto. - Hij verbleekte van schrik en werd daarna rood van schaamte.=...vanwege de schrik...vanwege de schaamte.

    Voor een oorzaak gebruikt men nochtans normaal gezien pro en soms el.

  • Ebria de feliĉo, mi alkroĉiĝis al lia kolo. - Dronken van geluk, vloog ik hem om de hals.

Ongelijkheid e.d.

De wijst dikwijls op ongelijkheid, onderscheid, toebehoren, verwijdering, afscheiding:

  • Mi povus diferencigi la saĝajn de la malsaĝaj! - Ik zou de wijzen van de dommen kunnen onderscheiden.
  • Kial Vi kaŝas vin de mi? - Waarom verstop je je voor mij?
  • Nun mi iom liberiĝis de la plej urĝaj el miaj kolektiĝintaj laboroj. - Nu ben ik enigszins bevrijd van de meest dringende van mijn verzamelde taken.
  • Ĝi estas libera de malsanoj. - Het is vrij van ziekten.
  • Ili loĝas malproksime de ni. - Zij wonen ver van ons.

Tijd

De kan ook het begin van een handeling van enige duur of van een toestand aangeven:

  • Li laboras de la sesa horo matene. - Hij werkt sinds zes uur 's morgens.
  • De nun mi ne plu manĝos viandon. - Vanaf nu eet ik geen vlees meer.
  • Mi konas lin de longa tempo. - Ik ken hem al lange tijd.

Om duidelijk aan te geven, dat het gaat over tijd, kan men ekde of de post gebruiken:

ekde
Esperanto: = vanaf het begin van
de post
Esperanto: = vanaf het einde van

Als het gaat over tijdstippen, is er nauwelijks verschil tussen ekde en de post, maar als het een tijdsduur betreft, is het verschil groter: de post ŝia vivo = ekde ŝia morto.

Toebehoren aan

Heel dikwijls drukt de een toebehoren aan uit (= d.w.z. bezit, tegoed, nabijheid, verbondenheid met, deel uitmaken van, verwantschap...):

  • Jen kuŝas la ĉapelo de la patro. - Daar ligt de hoed van vader.

    De hoed behoort toe aan vader. Hij is zijn eigendom of bezit.

  • La dentoj de leono estas akraj. - De tanden van een leeuw zijn scherp.

    De tanden behoren toe aan de leeuw als lichaamsdeel.

  • Sur la bordo de la maro staris amaso da homoj. - Aan de oever van de zee stonden een massa mensen.

    De oever 'behoort toe' aan de zee, want hij bevindt zich er net naast.

  • Januaro estas la unua monato de la jaro. - Januari is de eerste maand van het jaar.

    Maanden zijn delen van een jaar.

  • La filo de la reĝo ŝin renkontis. - De zoon van de koning ontmoette haar.

    De zoon 'behoort toe' aan de koning. Hij is een verwant.

  • Mi legos poemon de Zamenhof. - Ik zal een gedicht van Zamenhof lezen.

    Het gedicht 'behoort toe' aan Zamenhof, want hij schreef het.

  • Glaso de vino estas glaso, en kiu antaŭe sin trovis vino, aŭ kiun oni uzas por vino. - Een wijnglas is een glas, waarin zich voordien wijn bevond, of dat men gebruikt voor wijn.

    Het glas behoort toe aan de wijn, want het is bestemd en gebruikt als recipiënt voor wijn.

  • Ŝi estas profesoro de matematiko. - Zij is professor wiskunde.

    De professor behoort toe aan de wiskunde, want dat is haar specialiteit. Men kan ook pri gebruiken.

  • Tiu libro estas de Karlo. - Dat boek is van Karel.

    Men gebruikt eerder aparteni + al: Tiu libro apartenas al Karlo.

  • Ĝi estas de mi. - Het is van mij.

    Men zegt meer: Ĝi estas mia. Ĝi apartenas al mi.

Onderwerp, actor, voorwerp

Een de-uitdrukking, die een aanvulling is van een handelend zelfstandig naamwoord, toont normaliter het onderwerp (de actor) of het voorwerp van de handeling:

  • La kanto de la birdoj estas agrabla. - De zang van de vogels is aangenaam.

    De vogels zingen.

  • Li tuj faris, kion mi volis, kaj mi dankis lin por la tuja plenumo de mia deziro. - Hij deed dadelijk, wat ik wou, en ik dankte hem voor de onmiddellijke uitvoering van mijn verzoek.

    Hij voerde mijn verzoek uit.

Om duidelijk aan te geven dat het gaat over een onderwerp, kan men fare de gebruiken: Hodiaŭ posttagmeze okazos akcepto fare de la urbestro. De burgemeester ontvangt iemand.

Noot: Sommigen korten fare de af als far, maar dit is geen officiëel woord en het gebruik wordt afgeraden.

Bij gebruik van een voltooid deelwoord, geeft de een onderwerp, een actor aan:

  • Ŝi estas amata de ĉiuj. - Zij is geliefd bij (door) iedereen.

    Iedereeen houdt van haar.

  • Li estis murdita de nekonato. - Hij werd vermoord door een onbekende.

    Een onbekende vermoorde hem.

  • La montoj estis kovritaj de neĝo. - De bergen zijn bedekt met sneeuw.

    Sneeuw bedekt de bergen.

Men kan ook fare de gebruiken: La infano estis forprenita fare de la patrino. Maar het eenvoudige de volstaat gewoonlijk bij een voltooid deelwoord. Als men een de-uitdrukking met een andere betekenis wil gebruiken bij een voltooid deelwoord, moet men dit dikwijls duidelijker tonen met disde, for de, ekde of iets dergelijks: La infano estis forprenita disde la patrino. Men nam het weg van de moeder.

Eigenschap

De geeft soms een eigenschap, samenstelling of maat aan:

  • Ŝi estas virino de meza aĝo. = Ŝi estas mezaĝa virino. - Zij is een vrouw van middelbare leeftijd.
  • Li havas harojn de nedifinita koloro. - Hij heeft haar van een onbestemde kleur.
  • Li estas de meza kresko. - Hij is van een middelmatige gestalte.
  • bukedo de rozoj Esperanto:=boeket, dat bestaat uit rozen
  • reto de komputiloj Esperanto: = netwerk, dat bestaat uit computers
  • La knabo havis aĝon de nur ses jaroj. - De knaap was slechts zes jaar oud.
Terug naar boven