Naar de inhoud

Je is een voorzetsel zonder bepaalde betekenis. De oorspronkelijke bedoeling was dat men je zou gebruiken in alle abstracte gevallen waarvoor er geen ander voorzetsel bestaat. Daarom gebruikte men in vroege tijden je heel vaak. Tegenwoordig is je zeldzamer, en geeft vooral tijd en maat aan. In het algemeen vermijdt men je, wanneer er een beter alternatief bestaat.

Men kan vaak de N-uitgang gebruiken in plaats van je, vooral voor maat en tijdstip.

Tijd en andere tijdstippen

  • Ni prenos la buson je dudek (minutoj) antaŭ la deka (horo). - Wij zullen de bus van twintig (minuten) voor 10 (uur) nemen.
  • Tio okazis je Pasko. - Dat gebeurde met Pasen.
  • Je la lasta fojo mi permesas al vi fari tion. - Het is de laatste keer dat ik je dat laat doen.

Maat

  • Vi certe estas je duono da kapo pli alta ol mi. = ...duonon da kapo pli alta ol mi. - Je bent zeker een half hoofd groter dan ik.=...een half hoofd groter dan ik.

Normaal gesproken gebruikt men de N-uitgang om maat aan te geven.

Gebrek, overvloed en verlangen

  • Ĝi estas libera je mankoj. - Het is vrij van gebreken.

    Of ...de mankoj.

  • Abram estis tre riĉa je brutoj, arĝento, kaj oro. - Abraham bezit een grote rijkdom: vee, zilver en goud.
  • Glaso da vino estas glaso plena je vino. - Een glas wijn is een glas vol wijn.

    Of ...plena de vino.

  • Mi sopiras je mia perdita feliĉo. - Ik verlang naar mijn verloren geluk.

    Of ...mian perditan feliĉon / ...al mia perdita feliĉo..

Lichamelijke of geestelijke staat

  • Ili suferas je astmo. - Zij lijden aan astma.
  • Ŝi gravediĝis je ĝemeloj. - Zij werd zwanger van een tweeling.
  • Li malsaniĝis je profunda melankolio. - Hij werd ziek vanwege een diepe melancholie.

Een lichaamsdeel op enige manier beschadigd, bekneld, ziek, e.d.

  • Li kaptis min je la brako. - Hij pakte me bij mijn arm.

    Je la brako slaat op mijn arm. Men kan ook zeggen ĉe la brako. Om te verwijzen naar zijn arm (diegene die hij gebruikte om mij te pakken), gebruikt men per: Li kaptis min je la maldekstra brako per sia dekstra mano.

  • Li estas malsana je la brusto. - Hij is ziek aan de borst.

Verschillende vaste uitdrukkingen

  • Ŝi kredas je Dio. - Zij gelooft in God.

    Kredi je iu of je io = "geloven, dat dit of dat echt bestaat". Kredi ion, al io, pri io = "geloven, dat iets waar is". Kredi al iu = "geloven, dat die de waarheid spreekt".

  • Je mia miro la afero sukcesis. = La afero sukcesis, kio mirigis min. - Tot mijn verbazing had de zaak succes. = De zaak had succes, wat me verwonderde.
  • Mi vetis kun ŝi je dek dolaroj. - Ik heb met haar gewed om tien dollar.

    De winnaar van de weddenschap zal 10 dollar winnen. Men kan ook pri gebruiken.

Terug naar boven