Naar de inhoud

Letters

Dit is het Esperanto-alfabet:

  • Aa ami liefhebben, houden van
  • Bb bela mooi
  • Cc celo doel
  • Ĉĉ ĉokolado chocolade
  • Dd doni geven
  • Ee egala gelijk
  • Ff facila gemakkelijk
  • Gg granda groot
  • Ĝĝ ĝui genieten
  • Hh horo uur
  • Ĥĥ ĥoro koor
  • Ii infano kind
  • Jj juna jong
  • Ĵĵ ĵurnalo krant
  • Kk kafo koffie
  • Ll lando land
  • Mm maro zee
  • Nn nokto nacht
  • Oo oro goud
  • Pp paco vrede
  • Rr rapida snel
  • Ss salti springen
  • Ŝŝ ŝipo schip
  • Tt tago dag
  • Uu urbo stad
  • Ŭŭ aŭto auto
  • Vv vivo het leven
  • Zz zebro zebra
Hoofdletters: A, B, C, Ĉ, D, E, F, G, Ĝ, H, Ĥ, I, J, Ĵ, K, L, M, N, O, P, R, S, Ŝ, T, U, Ŭ, V, Z
Kleine letters: a, b, c, ĉ, d, e, f, g, ĝ, h, ĥ, i, j, ĵ, k, l, m, n, o, p, r, s, ŝ, t, u, ŭ, v, z
Benamingen van letters: a, bo, co, ĉo, do, e, fo, go, ĝo, ho, ĥo, i, jo, ĵo, ko, lo, mo, no, o, po, ro, so, ŝo, to, u, ŭo, vo, zo

Hoofd- en kleine letters

Elke letter bestaat in twee vormen: een hoofdletter (grote letter) en een kleine letter. De kleine letters zijn de normale lettervormen. Hoofdletters gebruikt men gewoonlijk voor de eerste letter van de hoofdzin, en voor de eerste letter van een eigennaam.

Diakritische tekens

Zes letters komen alleen voor in het Esperanto: Ĉ, Ĝ, Ĥ, Ĵ, Ŝ en Ŭ. Zij hebben diakritische tekens. Het diakritisch teken ^ wordt 'hoedje', 'kapje' of 'dakje' [ĉapelo] genoemd. Het teken boven de U noemt men een breve [hoketo].

Wanneer men de correcte diakritische tekens niet kan gebruiken, is een alternatief systeem mogelijk. Het officiële alternatief is het H-schrift, uit het Fundamento de Esperanto. Bij het H-schrift gebruikt men een volg-H i.p.v. de dakjes en laat men de breve boven de U volledig weg: ch, gh, hh, jh, sh, u. Bij tekstverwerking, in het Internet e.d., gebruiken velen de volg-X, X, i.p.v. het dakje of de breve: c'x, g'x, h'x, j'x, s'x, u'x.

Uitspraak

De letters A, E, I, O en U zijn klinkers. Alle andere zijn medeklinkers. Elke letter moet worden uitgesproken. Er zijn geen onuitgesproken letters.

Klinkers

Klinker Omschrijving IFA-klanksymbool
I i als in 'liter'. Nooit als in vis! [i]
U oe als in goed. Nooit als in vuur of mus! [u]
E è als in fles. Nooit als in lopen of been! [e]
O ò als in 'kok'. Nooit als in boot! [o]
A tussen a als in 'mat' en aa als in 'maat' [a]

Klemtoon

In woorden met twee of meer klinkers, wordt de ene klinker sterker uitgesproken dan de andere. Het woord heeft een klemtoon. Die klemtoon ligt altijd op de voorlaatste lettergreep (de klinker met hoodletter geeft hier de klemtoon aan): tAblo, nenIam, rapIda, taksIo, familIo, revolvEro, krokodIloj, eskImo, diskUtas, mEtro, metrOo, Apud, anstAtaŭ, trIcent, mAlpli, Ekde, kElkmil enz...

De uitgang O kan worden vervangen door een afkappingsteken. Het afkappingsteken beschouwt men als een (onuitgesproken) klinker, en de klemtoon verandert niet: taksI', familI', revolvEr', metrO'

Klinker-variaties

De uitspraak van een klinker kan vrij variëren binnen zekere grenzen. Het is alleen van belang, dat een klinker niet teveel de uitspraak van een andere benadert.

De lengte van de klinkers heeft in Esperanto geen belang. Men mag ze naar believen lang, halflang of kort uitspreken.

Elkze Esperanto-klinker wordt 'bewegingsloos' uitgesproken, d.w.z. dat men de tong onhoorbaar beweegt van de ene plaats in de mond naar de andere tijdens het uitspreken van een klinker. Bijv. E mag niet klinken als 'ej', O niet als 'oŭ'.

Medeklinkers

Medeklinker Omschrijving IFA-klanksymbool
B als in 'beeldig' [b]
P als in 'papa' [p]
D als in 'dief' [d]
T als in 'trots' [t]
G geen harde g zoals bij ons, maar de g-klank van het Franse 'garçon', of de 1e 'k' van 'zakdoek' [g]
K als in 'krant' [k]
V tussen 'w' en 'v' in [v]
F als in 'fanfare' [f]
Z als in 'zaken' [z]
S als in 'staan' [s]
Ĵ als 'zj', zoals de 'j' in 'journaal' of de 'g' in 'beige' [ʒ]
Ŝ als 'sj' in 'muisje' of 'ch' in 'machine'. [ʃ]
Ĥ een harde g, zoals de 'ch' in 'lachen' of 'charisma' [x]
H als in 'halt' [h]
C als de 'ts' in 'fiets' [ts]
Ĝ als 'dzj', zoals de g in 'gentleman(Eng.)' of 'giornale(It.)' [dʒ]
Ĉ als de 'tsj' in 'tsjonge' [tʃ]
M als in 'maagd' [m]
N als in 'netjes' [n]
L als in 'luik' [l]
R als in 'razend' (liefst rollend, maar dat is voor veel mensen lastig) [r]
J als in 'juist' [j]
Ŭ oe als in goed. Nooit als in vuur of mus! [w]

Halfklinkers

De halfklinkers J en Ŭ zijn op basis van de uitspraak, klinkers, maar in de taal fungeren ze als medeklinkers. Zij zijn altijd kort, en kunnen nooit de klemtoon krijgen. Een halfklinker komt altijd voor of na een echte klinker. Ŭ komt alleen voor in de combinaties 'aŭ' en 'eŭ'.

Medeklinker-variaties

Als een stemloze medeklinker net voorafgaat aan een stemhebbende zijn vele sprekers geneigd de stemloze stemhebbend te maken: akvo → "agvo", okdek → "ogdek". En omgekeerd, als een stemhebbende medeklinker een stemloze voorafgaat, zijn vele sprekers geneigd de stemhebbende stemloos te maken: subtaso → "suptaso", absolute → "apsolute". Dergelijke uitspraak is in principe nooit correct, maar wordt in de praktijk dikwijls aanvaard als hij geen misverstanden kan creëren. Soms zijn sprekers geneigd een stemhebbende medeklinker aan het einde van een woord niet uit te spreken: apud → "aput", sed → "set", hund' → "hunt", naz' → "nas". Dergelijke uitspraak is wel onaanvaardbaar en moet ten allen prijze vermeden worden.

Bepaalde moedertaalsprekers zijn geneigd om de combinaties KV en GV uit te spreken als 'ku', respectievelijk 'gŭ': akvo → "akŭo", kvin → "kŭin", gvidi → "gŭidi". Ŭ kan nooit direct na een medeklinker voorkomen in een Esperanto-woord, en daarom zijn misverstanden bijna onmogelijk, maar een dergelijke uitspraak wordt meestal als foutief beschouwd.

In sommige talen spreekt men de klanken P, T, K, C en Ĉ aangeblazen uit, alsof er een zwakke H op volgt. In het Esperanto worden die medeklinkers normaal gezien niet aangeblazen, maar daarover bestaat geen regel. Men mag ze dus aangeblazen uitspreken, als men dat wil, maar dan moet men er wel op letten, dat de aanblazing niet klinkt als een uitgesproken H.

De L wordt geproduceerd door een gedeeltelijke blokkering van de luchtstroom door de tanden. Als men alleen daar blokkeert, klinkt de L 'klaar'. Als men de achterkant van de tong tegelijkertijd tegen het gehemelte brengt, klinkt de L 'donker' (U-achtig). Een dergelijke donkere L is een volwaardig alternatief, maar men moet er wel voor opletten dat ze niet als een Ŭ gaat klinken. Dat gebeurt, als de blokkering ter hoogte van de tanden ontbreekt.

Als een N een postalveolare of velare klank voorafgaat, is men geneigd de N te veranderen in een alveolare klank (weinig verschil) of een velare klank (groot verschil), om de uitspraak te vergemakkelijken: tranĉi, manĝi, longa, banko e.d. Dit is geen probleem omdat er in het Esperanto geen nasale alveolare of velare klanken bestaan, waarmee de N zou kunnen verward worden. Analoog is men geneigd M labio-dentaal uit te spreken als die aan een labio-dentale klank voorafgaat: amforo, ŝaŭmvino e.d. Ook dat levert geen probleem op. Maar let er op om de N niet labio-dentaal uit te spreken: infero, enveni e.d. want op die manier verwart men N en M, wat onaanvaardbaar is. Natuurlijk mag men altijd de basisuitspraak van N en M volgen.

R is normaal gezien dentaal, maar het heeft in feite geen belang waar in de mond de klank wordt geproduceerd. Een velare R bv. is een volwaardig alternatief. Belangrijk bij de R is, dat ze vibreert. Daarom wordt een velare R bij voorkeur ook vibrerend uitgesproken (ze moet worden 'gerold'), dit betekent dat de huig trilt tegen de tong. De R moet altijd trillen, waar ze ook staat in het woord. In rivier bv. moeten de twee R-en op dezelfde manier uitgesproken worden. Men gebruikt ook diverse andere soorten R-klanken, en dat wordt algemeen geaccepteerd in de praktijk. Men moet er evenwel op letten, dat men de R-klank niet verwart met een andere medeklinker, of met één van de vijf klinkers.

De lengte van de medeklinkers heeft in het Esperanto geen belang. Men kan ze naar believen lang, halflang of kort uitspreken.

Terug naar boven