Naar de inhoud

De rol-uitgang N noemt men de accusatief-uitgang of gewoonweg de accusatief. Hij kan toegevoegd worden als uitgang van verschillende soorten woorden:

De N-uitgang volgt altijd op een eventuele J-uitgang: domojn, hundojn, virinojn, ruĝajn, grandajn, virinajn, kiujn, kiajn.

Als een zelfstandig naamwoord de N-uitgang heeft, dan moeten ook alle bijvoeglijke naamwoorden en tabelwoorden op U en A die een epitheton zijn van dit zelfstandig naamwoord, de N-uitgang hebben:

  • grandan domon
  • domon ruĝan
  • tiun domon
  • tiajn domojn
  • tiun domon grandan
  • tian malgrandan domon antikvan
  • la malgrandajn domojn
  • domojn sen ĉiu ajn dubo tre antikvajn

Een bepaling van gesteldheid mag echter geen N-uitgang krijgen: Mi refarbis la flavajn seĝojn blankaj.

De N-uitgang kan wijzen op:

Lijdend voorwerp

Het "lijdend voorwerp" (of "voorwerp" of "object" of "accusatief-object") is datgene, dat rechtstreeks wordt getroffen door de handeling. Dit voorwerp wordt aangegeven met de accusatief-uitgang (de N-uitgang). Dit maakt het mogelijk, verschillende woordvolgordes te gebruiken.

Elk van de volgende zinnen heeft in principe dezelfde betekenis: kato mordas hundon; kato hundon mordas; mordas kato hundon; mordas hundon kato; hundon kato mordas; hundon mordas kato (telkens is het de kat, die bijt, terwijl de hond het bijten ondergaat). Dankzij de N-uitgang zijn alle zes varianten, die dezelfde betekenis hebben, goed te begrijpen. De woordorde is slechts een zaak van stijl of smaak.

Mi amas vin; mi vin amas; vin mi amas; vin amas mi; amas mi vin; amas vin mi. Alle zes varianten hebben dezelfde basisbetekenis: de handeling amas (hou van) wordt uitgevoerd door "mi", en "vi' is het voorwerp van de handeling.

Een zin met een (lijdend) voorwerp kan men omvormen tot een passieve zin. Het voorwerp wordt dan onderwerp.

Esti en gelijkaardige werkwoorden zijn geen handelingen, die gericht zijn naar iets. Een zinsdeel, dat verband houdt met esti, is geen voorwerp, maar een gezegde, dat nooit een N-uitgang heeft: Tio estas tri seĝoj. = "Dat zijn drie stoelen." Mi estas kuracisto. = "Ik ben dokter." Ŝi fariĝis doktoro. = "Zij werd dokter." Mia patro nomiĝas Karlo. = "Mijn vader heet Karel."

Het onderwerp van een zin kan ook na het gezegde staan

  • Hieraŭ okazis grava afero. - Gisteren gebeurde er iets belangrijks.

    Het onderwerp van de handeling gebeurde is iets belangrijks. Zeg niet: Hieraŭ okazis gravan aferon. Als men zo'n zin hoort, moet men zich afvragen, "wat gebeurde het belangrijke iets". Maar "gebeuren" is geen handeling, van iets dat de handeling uitvoert naar iets dat getroffen wordt door die handeling. Het woord "gebeuren" heeft slechts één (hoofd)actor: dat wat gebeurt. Deze actor heeft altijd de onderwerp-rol, en mag dus geen N-uitgang krijgen.

  • Restis nur unu persono. - Er bleef slechts één persoon over.

    De persoon is hij, die de actie "blijven" uitvoerde. Zeg niet: Restis nur unu personon.

  • Aperis nova eldono de la libro. - Er verscheen een nieuwe uitgave van het boek.

    Zeg niet: Aperis novan eldonon de la libro.

  • Mankas al ni mono. - Het ontbreekt ons aan geld.

    Zeg niet: Mankas al ni monon.

Meeteenheid

Bepalingen van meeteenheid en bijvoegsels hebben dikwijls een N-uitgang.

Tijdsduur

Een N-uitgang bij een tijdsbepalende uitdrukking kan wijzen op een tijdsperiode, tijdsduur of frequentie. Dergelijke uitdrukkingen vormen een antwoord op één van volgende vragen: hoe lang?, (gedurende) welke periode?, hoe dikwijls? en dergelijke.

Meestal zegt een tijdsbepalend N-zinsdeel iets over een werkwoord:

  • Mi veturis du tagojn kaj unu nokton. = ...dum du tagoj kaj unu nokto. - Ik reed twee dagen en één nacht. = ...gedurende twee dagen en één nacht.
  • Li estas morte malsana, li ne vivos pli, ol unu tagon. - Hij is dodelijk ziek. Hij zal niet langer dan één dag meer leven.
  • La festo daŭris ok tagojn. - Het feest duurde acht dagen.
  • Ŝi aĝis tridek jarojn. - Zij was dertig jaar oud.
  • La horloĝo malfruas kvin minutojn. - Het uurwerk loopt vijf minuten achter.

Een tijdsbepalend N-zinsdeel kan ook een bijvoegsel zijn bij een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord:

  • Li estis dudek du jarojn aĝa. = ...je dudek du jaroj aĝa. - Hij was tweeëntwintig jaar oud. = ...voor (een periode van) tweeëntwintig jaar oud
  • La parolado estis du horojn longa. - De toespraak duurde twee uur.
  • Tiu ĉi vojo estas milojn da kilometroj longa. - Deze weg is duizenden kilometers lang.
  • Unu momenton poste ŝi malaperis malantaŭ ili. - Een ogenblik later verdween ze achter hen.

    Unu momenton toont de hoeveelheid tijd, die voorbijging.

  • Ŝi estas du jarojn kaj tri monatojn pli aĝa ol mi. - Zij is twee jaar en drie maanden ouder dan ik.

Een zinsdeel met N dat een tijdsduur aangeeft kan ook samenwerken met een tijdsaanduidende post-bepaling of een tijdsaanduidende antaŭ-bepaling en zo samen de tijd aangeven: Du tagojn post tio ŝi forveturis Norvegujon. Pasis du tagoj post "tio".

Diverse aanduidingen van meeteenheid

Andere meeteenheden worden op exact dezelfde manier behandeld als een tijdsduur. Het betreft hier aanduidingen van lengte, hoogte, breedte, afstand, diepte, gewicht, kost enz.... Zij vormen een antwoord op de vragen hoeveel?, welk aantal?, hoe ver?, hoe lang?, hoe hoog?, hoe diep?, hoe zwaar? en dergelijke:

  • Ĝi kostas dek mil vonojn. - Het kostte tienduizend won.

    (De won is de Koreaanse munt.)

  • Vi devas kuri pli ol dek kilometrojn. - Je moet meer dan tien kilometer lopen.
  • La vojo larĝis dudek metrojn aŭ iom pli. - De weg was twintig meter breed of iets meer.
  • La monto Everesto estas ok mil okcent kvardek ok metrojn alta. - De Mount Everest is achtduizend achthonderd veertig meter hoog.
  • Ili staris nur kelkajn metrojn for de mi. - Zij stonden slechts enkele meters af van mij.
  • La domo estis ducent metrojn distanca. - Het huis stond op tweehonderd meter (afstand).

Meeteenheid zonder rolkenmerk

Een hoeveelheid kan ook voorkomen in een zinsdeel met een rol die geen rolkenmerk (N) moet krijgen: Dek jaroj estas tre longa tempo. Dek jaroj is hier het onderwerp. Pasis du tagoj. Du tagoj is het onderwerp.

Tijdstip

Een zinsdeel met een N-uitgang kan een bepaling zijn, die een tijdstip aangeeft. Een dergelijke N-bepaling vormt een antwoord op de vragen: wanneer?, op welke datum?, op welke dag?, in welk jaar?, welke keer? en dergelijke. Men kan zeggen, dat zo'n N-uitgang, een tijdsbepalend voorzetsel vervangt, gewoonlijk en:

  • Unu tagon estis forta pluvo. = En unu tago... - Op een dag was er felle regen.
  • Ĉiun monaton li flugas al Pekino. - Elke maand vliegt hij naar Beijing.
  • Georgo Vaŝington estis naskita la dudek duan de Februaro de la jaro mil sepcent tridek dua. = ...en la dudek dua tago de Februaro... - Georges Washington werd op tweeëntwintig februari van het jaar zeventienhonderd tweeëndertig geboren. = ...op de tweeëntwingste dag van februari...

Bij namen van weekdagen, geeft het zelfstandig naamwoord in de accusatief een exact gekende dag aan: dimanĉon = "op een bepaalde gekende zondag", zelfs als men la niet gebruikt. De bijwoordelijke vorm van een dergelijke dagbenaming wijst er normaal op, dat het in het algemeen gaat over dergelijke dagen: dimanĉe = "op zondagen, elke zondag": Ik zal maandag 30 augustus aankomen in Lyon.

In tijdsaanduidingen moet men je gebruiken, vooral als het woord horo wordt weggelaten, om te vermijden dat tijd wordt verward met datum:

  • Tio okazis la dekan. = Dat gebeurde op de tiende dag van de maand.
  • Tio okazis je la deka. = Dat gebeurde op het tiende uur van de dag.

Tijdstip zonder rolkenmerk

Een tijdstip kan ook voorkomen in een functie, die geen rolkenmerk (accusatief-N) moet krijgen: Hodiaŭ estas sabato, kaj morgaŭ estos dimanĉo. Sabato kaj dimanĉo zijn onderwerp.

Richting

N-bepalingen en N-bijvoegsels kunnen een richting aangeven. In dat geval geven ze een antwoord op de vragen naar welke plaats?, in welke richting? en dergelijke.

Op zichzelf staande N-uitgang

  • Morgaŭ mi veturos Kinŝason. = ...al Kinŝaso. - Morgen rijd ik (in de richting van) Kinshasa. = ...naar Kinshasa.
  • La vagonaro veturas de Tabrizo Teheranon. - De trein rijdt van Tabriz (in de richting van) Teheran.

De alleenstaande richtings-N gebruikt men alleen wanneer het gaat over een beweging naar het binnenste van iets. Men zegt niet iri muron, iri kuraciston, maar iri al muro, al kuracisto. Men gebruikt de alleenstaande richtings-N inderdaad bijna uitsluitend bij plaatsnamen (vooral bij namen van steden).

N met en, sur en sub

Een richtings-N(-uitgang) komt meestal voor met en, sur en sub, de drie belangrijkste plaatsbepalende voorzetsels. Wanneer en, sur en sub alleen maar een positie aangeven, gebruikt men ze zonder de N-uitgang. Maar als men wil tonen, dat iets beweegt naar die plaats, moet men het object aanvullen met een rolkenmerk, dat de richting aangeef. Theoretisch zou men al kunnen gebruiken: (al en, al sur, al sub), maar in de praktijk gebruikt men altijd de N-uitgang:

  • sur la tablo - op de tafel = in een positie op de tafelsur la tablon - de tafel op = naar een positie op de tafel, naar op de tafel
  • sub la granda lito - onder het grote bed = op een plaats onder het grote bedsub la grandan liton - het grote bed onder = naar een plaats onder het grote bed, naar onder het grote bed
  • La hundo kuras en nia domo. - De hond loopt in ons huis.

    De hond is in het huis en loopt daar.

  • La hundo kuras en nian domon. - De hond loopt ons huis binnen.

    De hond was buiten het huis maar loopt nu naar de binnenkant van het huis.

  • Mi metis ĝin sur vian tablon. - Ik zette het op uw tafel.

    Zij was op een andere plaats, en ik bewoog het naar het tafeloppervlak.

Bij andere plaatsbepalende voorzetsels dan en, sur en sub gebruikt men dikwijls geen richtings-N, maar kan de kontekst uitwijzen dat het om een richting gaat. Maar men mag een richtings-N gebruiken bij die andere voorzetsels, als dit de zin kan verduidelijken:

  • La hirundo flugis trans la riveron, ĉar trans la rivero sin trovis aliaj hirundoj. - De zwaluw vloog de rivier over, omdat zich over de rivier andere zwaluwen bevonden.
  • La sago iris tra lian koron.La sago plene penetris lian koron. - De pijl ging door zijn hart.≈De pijl drong zijn hart volledig binnen.

    Als men de richtings-N gebruikt na tra, benadrukt men dat de beweging het object volledig doorboort, en verdergaat voorbij het object.

  • La vojo kondukis preter preĝejon. - De weg leidde voorbij de kerk.

    Als men de richtings-N gebruikt na preter, benadrukt men dat de 'voorbij-beweging' verdergaat nadat men het object voorbij is.

  • Siajn brakojn ŝi metis ĉirkaŭ mian kolon. - Haar armen legde ze rond mijn hals.

    Soms gebruikt men ĉirkaŭ + N-uitgang ook om een beweging aan te geven naar een plaats, die men bereikt door een omcirkelende beweging rond iets anders: Li kuris ĉirkaŭ la angulon de la domo.

  • Li kuris kontraŭ la muron kaj vundis sin. - Hij liep tegen de muur en verwondde zich.

    Om te tonen, dat een tegenbeweging zijn doel bereikte, en het raakte, kan men kontraŭ gebruiken met de N-uitgang.

  • Gardu vin, ke vi ne venu plu antaŭ mian vizaĝon. = ...al loko antaŭ mia vizaĝo. ...al antaŭ mia vizaĝo. - Pas op, dat je niet meer voor mijn aangezicht komt. = ...naar een plaats voor mijn gezicht. ...naar voor mijn aangezicht.
  • Mi estis en la urbo kaj iris poste ekster ĝin. = ...al ekster ĝi. - Ik was in de stad en daarna ging ik (de stad) buiten. = ...naar buiten de stad.
  • Li iris inter la patron kaj la patrinon. - Hij ging tussen de vader en de moeder (lopen).

    Het doel van het lopen was een plaats tussen de vader en de moeder.

  • Morgaŭ mi venos ĉe vin. - Morgen kom ik bij jou.

    Gewoonlijk verkiest men: Morgaŭ mi venos al vi.

In bepaalde gevallen is het normaal om geen richtings-N te gebruiken, want de echte bedoeling is een verzwegen uitdrukking. Die uitdrukking zou een N-uitgang hebben, moest men ze schrijven:

  • Jakob enfosis ilin sub la kverko. - Jakob begraaft ze onder de eik.

    Het echte doel is de grond: Jakob enfosis ilin en la grundon sub la kverko.

  • Oni metis antaŭ mi manĝilaron. = Oni metis sur la tablon antaŭ mi manĝilaron. - Men legde bestek voor mij. = Men legde bestek op de tafel voor mij.

Maar het zou niet fout zijn als men zegt sub la kverkon en antaŭ min, want ook deze uitdrukkingen kunnen beschouwd worden als een doel in die zinnen.

Plaatsbepalende voorzetsels worden dikwijls in figuurlijke zin gebruikt. Een abstract iets, dat strict gezien geen plaats aangeeft, wordt als een plaats voorgesteld. Ook dan mag men een richtings-N gebruiken om een figuurlijke richting aan te geven, bv. Mi ŝanĝos ilian malĝojon en ĝojon.

Enkele voorzetsels geven uit zichzelf een richting aan: al, ĝis, el kaj de. Deze voorzetsels geven nooit een positie aan. Na deze voorzetsels mag men geen N-uitgang gebruiken: al la urbo, ĝis la fino, el la lernejo, de la komenco.

N na plaatsbepalende bijwoorden

Men kan de N-uitgang ook toevoegen aan plaatsbepalende bijwoorden met een E-uitgang, en aan plaatsbepalende tabelwoorden om een richting naar één of andere plaats aan te geven:

  • hejme = thuis/ten huize → hejmen = naar huis
  • urbe = in de stad → urben = naar de stad
  • ekstere = buiten iets → eksteren = naar de buitenkant van iets
  • tie = op die plaats → tien = naar die plaats, in die richting
  • kie = op welke plaats → kien = naar welke plaats, in welke richting
  • ĉie = op elke plaats → ĉien = naar elke plaats, in elke richting
  • ie = op één of andere plaats → ien = naar één of andere plaats, in één of andere richting
  • nenie = op geen enkele plaats → nenien = naar geen enkele plaats, in geen enkele richting

N voor andere betekenissen

N-bepalingen en N-bijvoegsels geven meestal een meeteenheid, tijdstip of richting aan, maar een enkele keer speelt een dergelijk N-zinsdeel een (andere) rol, waarvoor men normaal gezien een voorzetsel gebruikt:

  • Mi ridas je lia naiveco. = Mi ridas pro lia naiveco. = Mi ridas lian naivecon. - Ik lach om zijn naïviteit. (3x)
  • Neniam ŝi miros pri/pro sia propra malaltiĝo.Neniam ŝi miros sian propran malaltiĝon. - Nooit zal ze zich verbazen over haar eigen verlaging (2x)

In theorie kan men een voorzetsel altijd vervangen door een -N, als de betekenis van de zin duidelijk blijft. Opvallend dikwijls gebruikt men N i.p.v. je. Voor de duidelijkheid gebruikt men de N nooit voor voorzetsels die een 'af'-beweging uitdrukken zoals de en el, want N zelf is een rolkenmerk voor de 'naar'-beweging. Een zeldzame keer komt men zinnen tegen zoals: Ili eliris la buson. In dit geval is de N-uitgang een (lijdend) voorwerp-N: de bus is het voorwerp van de handeling "eliri". Veel duidelijker, en dus ook aan te raden, is: Ili eliris el la buso.

De accusatief en eigennamen

Bij volledig naar E-o vertaalde eigennamen gebruikt men de accusatief geheel volgens de hiervoor getoonde regels:

  • Mi vidis Karlon. - Ik zag Karel.
  • Elizabeton mi renkontis hieraŭ en la urbo. - Elisabeth ontmoette ik gisteren in de stad.
  • Tokion ni tre ŝatas. - Tokio vinden wij heel leuk.

Niet naar E-o vertaalde eigennamen kunnen voorkomen zonder O-uitgang. Bij dergelijke namen mag men ook de N-uitgang weglaten, zelfs als de rol in de zin eigenlijk een dergelijke uitgang vereist:

  • Ni renkontis Zminska. - Wij ontmoetten Zminska.

    Een Poolse naam heeft de functie van (lijdend) voorwerp, maar zonder N-uitgang.

  • Ŝi ludis la Prière d'une vierge. - Ze speelde 'Prière d'une vierge'.

    Een Franse naam van een muziekstuk heeft de functie van (lijdend) voorwerp, maar heeft geen N-uitgang.

  • Li admiras Zamenhof. - Hij bewondert Zamenhof.

    De naam Zamenhof fungeert als (lijdend) voorwerp zonder N-uitgang.

Als zo'n eigennaam een N-uitgang kan krijgen (als het eindigt met een klinker), dan kan men natuurlijk zo'n uitgang toevoegen. Men kan ook een O-uitgang geven aan een vreemde naam. Als men een O-uitgang gebruikt, moet men ook de N-uitgang gebruiken, als de functie in de zin dit vereist. Men kan er ook een titel of een gelijkaardige uitdrukking voor plaatsen, die een N-uitgang kan krijgen:

  • Ĉu vi konas Anna? - Ken je Anna?

    De naam Anna fungeert als (lijdend) voorwerp zonder N-uitgang.

  • Ĉu vi konas Annan? - Ken je Anna?

    De eigennaam Anna heeft de functie van voorwerp met N-uitgang.

  • Ĉu vi konas mian amikinon Anna? - Ken je mijn vriendin Anna?

    Anna is een kwalificerend zelfstandig naamwoord bij mijn vriendin, en mag hier zeker geen N-uitgang krijgen.

  • Li renkontis Vigdís Finnbogadóttir. - Hij ontmoette Vigdís Finnbogadóttir.

    De IJslandse naam Vigdís Finnbogadóttir fungeert als voorwerp zonder Esperanto-uitgang.

  • Li renkontis Vigdíson Finnbogadóttir. - Hij ontmoette Vigdíson Finnbogadóttir.

    De voornaam heeft een O- en een N-uitgang. Dikwijls vertaalt men enkel de voornaam van een persoon, of voegt men een O-uitgang toe aan de niet-vertaalde vorm van de voornaam, maar men laat een eventuele familienaam in de originele vorm zonder E-uitgang. Een N-uitgang gebruikt men dan alleen bij de voornaam. Dit is nochtans geen regel, maar een gewoonte. (Men kan ook schrijven Vigdís-on met een deelstreep.)

  • Li renkontis prezidanton Vigdís Finnbogadóttir. - Hij ontmoette president Vigdís Finnbogadóttir.
Terug naar boven